Genetisch profileren bouwt een brug tussen medische wetenschap en functionele geneeskunde. Het is zowel “science based als practice based”. Het genetisch profiel is niet bedoeld om te diagnosticeren, maar om de werking van een aantal zeer belangrijke stofwisselingsprocessen te verklaren en daarmee verbanden te kunnen leggen met je gezondheid van zowel het verleden, het heden als voor de toekomst. Aanwezigheid van ziekte wordt verklaard door de persoonlijke aanleg voor dysfunctie van fysiologische processen.

Niet iedere DNA-test is dezelfde. Het is belangrijk dat een DNA-test bestaat uit een combinatie van een grote groep genen, die voldoende wetenschappelijk gevalideerd zijn, om antwoorden te kunnen geven over de stofwisseling van vetten, koolhydraten, eiwitten, stresshormonen, neurotransmitters, basale processen binnen het immuunsysteem, ontstekingsgevoeligheid, voedselverdraagzaamheid van specifieke voedingsmiddelen, gewichtsbeheersing, verschillende essentiële biochemische processen, en hoe je lichaam reageert op zware inspanning.

‘Genetisch profileren geeft een unieke en persoonlijke mogelijkheid om het verloop van presteren en herstellen te beïnvloeden.’

Genetisch profileren is in opkomst in de sportwereld. We spreken over nutrigenomics als het gaat om genen die gerelateerd zijn aan stofwisselingsprocessen, zoals bijvoorbeeld de bloedsuikerregulatie of vitamine D-productie. We spreken over physiogenomics als het gaat om functionele lichaamsprocessen, zoals bijvoorbeeld de productie van stresshormonen of de kwaliteit van pezen.

Nutrigenomics geeft inzicht in de effectiviteit van metabole processen. De betreffende metabole processen worden in de basis 24/7 beïnvloed door genen.

Varianten in genen (polymorfismen) maken bijvoorbeeld een enzym, eiwit of reactie, effectiever of minder effectief, en hebben daardoor een uitwerking op de lange termijn.

De uitkomst van dit proces wordt beïnvloed door omgevingsfactoren. In de natuur beïnvloedt de omgeving, bijvoorbeeld zomer of winter, de hoeveelheid haargroei in de vacht van een muis. Zo beïnvloeden tal van omgevingsfactoren (voeding, slaap, stress, bewegen, ruzie, werkdruk, temperatuur, zonlicht etc) het aan- en uitzetten van genen.

Er is veel kennis nodig van deze systemen om de gevolgen op waarde te kunnen schatten. Sommige effecten zijn heel snel merkbaar, andere effecten kennen een geleidelijk verloop. De status van het lichaam, gebaseerd op voedingsgewoonten (beschikbaarheid van macronutriënten en micronutriënten) beïnvloedt het compensatievermogen van het lichaam om verminderde efficiëntie in de stofwisseling te compenseren.

Genetisch profileren geeft dus inzicht in je natuur, maar hoe je leeft, hoe je bent opgegroeid, hoe je jouw genen ‘verzorgd’, is ook van groot belang. Wat we bijvoorbeeld niet uit je profiel kunnen lezen is hoe jouw netwerk van verbindingen in je hersenen is aangelegd, de ervaringen die je in jouw leven hebt opgedaan, hoe je je leven hebt geleefd en hoe je jezelf hebt ontwikkeld als persoon. Dit zijn belangrijke ‘omgevingsfactoren’.

Al deze omgevingsfactoren, die van invloed zijn op hoe jouw genen worden ‘aan’- en ‘uitgezet’, worden wetenschappelijk samengebracht onder de term Epigenetica en omschreven als ‘Nature versus Nurture’.