In ons zenuwstelsel fungeren tal van boodschappermoleculen die voor communicatie zorgen. Over het algemeen spreekt men alleen bij zenuwcommunicatie over neurotransmitters. Echter, deze neurotransmitters bestrijken een breder werkingsgebied dan de communicatie binnen het zenuwstelsel alleen. Neurotransmitters zijn onder andere ook betrokken bij motoriek en immuniteit, bij emotionele expressie en pijnbeleving. Als er sprake is van een tekort aan neurotransmitters, dan merk je dat bijvoorbeeld aan gevoelens van angst, stemming, toegenomen prikkelbaarheid, verminderde plezierbeleving, veranderde pijnwaarneming, ongeremde of gebrek aan eetlust, trage stofwisseling, onvoldoende controle over onze emoties, vermoeidheid, of verminderd zelfvertrouwen.

‘Normale’ spiegels van neurotransmitters worden gezien bij een goede functie van het geheugen, bij een goede alertheid, goede leerfunctie, bij emotionele stabiliteit, adaptatievermogen en het vermogen om tot rust te komen. Het centrale zenuwstelsel, de darm en het immuunsysteem gebruiken bovendien dezelfde chemische boodschappers en hun bijbehorende receptoren. Hierdoor ontstaat een duidelijke relatie tussen de darmen, de hersenen en het immuunsysteem.

Je hersenen zijn betrokken bij alles wat je doet, denkt, zegt en voelt. Ze zijn betrokken bij je mogelijkheden, je karakter, je talenten en je beperkingen. Je kunt je hersenen vergelijken met een controlekamer: ze besturen, registreren en analyseren voortdurend om alle taken goed te laten verlopen. Bovendien zijn je hersenen voorgeprogrammeerd met een oer-systeem dat zorgt voor overleving bij gevaar. Kortom het is je meest vitale orgaan.

Alle fasen binnen de waak-slaap cyclus kennen een eigen specifiek profile van circulerende neurotransmitters. Serotonine, dopamine, (nor-)adrenaline, GABA en acetylcholine zijn van cruciaal belang voor het menselijk functioneren. Aldus Fuad Lechin en collega’s (Lechin, F. (2002), ‘Neurocircuitry and Neuroautonomic Disorders, Reviews and Therapeutic Strategies’, Karger).

Enerzijds leidt een optimaal functioneren van neurotransmitters tot een hoog prestatievermogen, anderzijds leidt een verstoord functioneren tot een verminderd herstelvermogen. De primaire neurotransmitters kunnen de sleutel vormen tot beter presteren, zoals bij sport, werken en studeren. Daarnaast vormen ze een sleutel tot sneller herstel na zware fysieke en mentale inspanningen evenals bij chronische ontstekingsbeelden, neurologische aandoeningen, gedrags- en ontwikkelingsstoornissen en diverse vormen van cellulaire degeneratie.

Neurotransmitters worden uit bouwstenen gemaakt die afkomstig zijn uit de dagelijkse voeding, voornamelijk aminozuren. Bij langdurig onvoldoende aanvoer van aminozuren uit de voeding kunnen tal van stoornissen ontstaan. Om uit de beschikbare aminozuren neurotransmitters te kunnen maken, beschikken de lichaamsweefsels over enzymen die de omzetting tot stand kunnen brengen. Deze enzymen zijn voor hun functionaliteit onder meer afhankelijk van cofactoren zoals vitaminen, mineralen en sporenelementen.